legaalonlinecasinos.nl

9 Jul 2026

Hoge Raad bevestigt geldigheid pre-2021 gokovereenkomsten met Malta-licenties

Gebouw van de Hoge Raad in Den Haag met juridische documenten op de voorgrond

De Hoge Raad der Nederlanden heeft op 13 juni 2025 een uitspraak gedaan die contracten voor online kansspelen met buitenlandse aanbieders uit de periode vóór de landelijke regulering in 2021 geldig verklaart onder Nederlands recht en spelers daardoor geen automatische mogelijkheid biedt om eerdere verliezen terug te vorderen via civiele procedures. Deze beslissing komt voort uit twee concrete zaken die via prejudiciële vragen werden voorgelegd door de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland waarbij een speler ongeveer 139.000 dollar verloor op PokerStars tussen 2006 en 2021 terwijl een andere speler circa 135.000 euro inlegde op PartyCasino in de jaren 2020 tot 2021.

Achtergrond van de procedures en de rol van artikel 3:40 BW

De rechtszaken draaiden om de vraag of overeenkomsten met Malta-gelicentieerde operators automatisch nietig waren op grond van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek omdat ze in strijd zouden zijn met de Wet op de kansspelen die destijds nog geen online vergunningen uitgaf aan buitenlandse partijen. De Hoge Raad oordeelde dat de pre-2021 afspraken niet strijdig zijn met dwingend recht in die zin dat ze automatisch vernietigbaar worden en dat de Games of Chance Act geen grondslag biedt voor een algemene nietigheid van dergelijke contracten uit die periode. Daarmee blijven de overeenkomsten juridisch bindend en kunnen claims tot restitutie van speeltegoeden niet automatisch worden toegewezen.

Rechters in eerste aanleg hadden de zaken aangehouden om duidelijkheid te verkrijgen over de uitleg van artikel 3:40 BW in combinatie met de toenmalige kansspelwetgeving. De Hoge Raad beantwoordde de prejudiciële vragen door te stellen dat de wetgever pas met de Wet Kansspelen op afstand in 2021 een volledig vergunningenstelsel heeft geïntroduceerd en dat eerdere deelname aan buitenlandse platforms niet per definitie leidt tot ongeldige contracten. Dit betekent dat spelers die tussen 2006 en 2021 verliezen leden bij operators zoals PokerStars of PartyCasino geen standaard rechtsmiddel hebben om die bedragen terug te eisen op basis van nietigheid.

Concreet verloop van de twee leidende zaken

In de eerste procedure ging het om een speler die vanaf 2006 tot en met oktober 2021 actief was op PokerStars en daarbij een netto verlies van ongeveer 139.000 Amerikaanse dollar accumuleerde. De eiser stelde dat de overeenkomst nietig was omdat de aanbieder geen Nederlandse vergunning bezat en dat restitutie moest volgen op grond van onverschuldigde betaling. De Hoge Raad wees dit standpunt af en bevestigde dat de overeenkomst geldig bleef omdat er geen automatische nietigheid voortvloeit uit de destijds geldende wetgeving.

De tweede zaak betrof een speler die in 2020 en 2021 ongeveer 135.000 euro verloor op PartyCasino. Ook hier werd betoogd dat de transactie strijdig was met de Wet op de kansspelen en daarom nietig. De uitspraak van de Hoge Raad maakt duidelijk dat ook deze overeenkomst niet automatisch vernietigbaar is en dat de speler geen aanspraak kan maken op terugbetaling via de civiele weg op basis van artikel 3:40 BW. Beide zaken illustreren dat de rechterlijke instanties nu over een duidelijke lijn beschikken voor vergelijkbare claims uit de pre-2021 periode.

Juridische implicaties voor lopende en toekomstige claims

Door de uitspraak van de Hoge Raad weten lagere rechters dat pre-2021 online gokovereenkomsten met Malta-licentiehouders als geldig worden beschouwd en dat vorderingen tot teruggave van verliezen niet ten grondslag kunnen worden gelegd aan nietigheid wegens strijd met de openbare orde of goede zeden. Dit beperkt de mogelijkheden voor spelers om via civiele procedures compensatie te verkrijgen voor verliezen die zijn geleden vóór de inwerkingtreding van de Wet Kansspelen op afstand op 1 oktober 2021. De Kansspelautoriteit blijft toezicht houden op de huidige legale markt maar de civielrechtelijke consequenties van eerdere deelname liggen nu vast.

Detailopname van juridische documenten en kansspelwetgeving met Nederlandse vlag op de achtergrond

De beslissing heeft ook gevolgen voor advocatenkantoren die massaclaims voorbereidden omdat de Hoge Raad expliciet heeft vastgesteld dat de argumenten op basis van artikel 3:40 BW en de Games of Chance Act niet slagen. Daarmee wordt een einde gemaakt aan onzekerheid die bestond sinds de opening van de gereguleerde iGaming-markt in Nederland. Spelers die nog procedures hebben lopen tegen operators uit die periode zullen hun claims moeten heroverwegen of andere grondslagen moeten aanvoeren omdat de nietigheidsroute is afgesloten.

Reacties uit de juridische en kansspelpraktijk

Juristen die zich bezighouden met kansspelrecht merken op dat de Hoge Raad een duidelijke lijn heeft getrokken tussen de periode vóór en na 2021. De uitspraak verwijst naar de wetsgeschiedenis van de Wet Kansspelen op afstand en benadrukt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een overgangsregime waarbij oude overeenkomsten niet met terugwerkende kracht ongeldig worden verklaard. Dit standpunt sluit aan bij eerdere arresten over de geldigheid van contracten in sectoren die pas later volledig werden gereguleerd.

De twee igamingbusiness-artikelen die verslag deden van de zaak benadrukken dat de uitspraak ook relevant is voor Malta-licentiehouders die voor 2021 actief waren in Nederland. De analyse van de prejudiciële procedure toont aan dat de Hoge Raad de balans zoekt tussen consumentenbescherming en rechtszekerheid voor partijen die handelden onder een buitenlandse vergunning. De regionale berichtgeving bevestigt dat vergelijkbare claims in de toekomst op dezelfde wijze zullen worden beoordeeld.

Conclusie

De uitspraak van de Hoge Raad op 13 juni 2025 zorgt voor helderheid over de civielrechtelijke status van pre-2021 online gokovereenkomsten met Malta-licentiehouders en bevestigt dat spelers geen automatische restitutie kunnen claimen op grond van artikel 3:40 BW of de Wet op de kansspelen. De twee concrete zaken met verliezen van circa 139.000 dollar en 135.000 euro dienen als voorbeeld voor de nieuwe rechtspraktijk. Daarmee is een belangrijk hoofdstuk afgesloten in de ontwikkeling van het Nederlandse kansspelrecht na de regulering van 2021.